
De tijden hieronder gaan in zodra de drukindicator omhoogstaat, niet vanaf het moment dat u de kookplaat aanzet. Reken daarnaast, afhankelijk van de gekozen methode om te openen, nog enkele minuten nagaartijd bij natuurlijke drukafname, zoals toegelicht bij snelkookpan veilig openen. Voor een uitgebreidere, doorzoekbare versie van deze tijden per gerecht kunt u ook de kooktijden-tool raadplegen.
Naast de kooktijd uit de tabellen kost het opbouwen van de druk zelf ook tijd, en die tijd staat nergens standaard vermeld omdat hij sterk verschilt per lading. Reken op ongeveer acht tot vijftien minuten voordat een behoorlijk gevulde pan daadwerkelijk op druk is, afhankelijk van de hoeveelheid vocht, het volume aan ingrediënten en het vermogen van de kookplaat. Een kleine hoeveelheid vocht met weinig inhoud komt sneller op druk dan een volle pan met veel koud vocht. Houd hier vooral rekening mee bij gerechten met een korte kooktijd, zoals eieren of vis: daar duurt de opbouw van de druk in de praktijk vaak langer dan het koken zelf.
| Groente | Kooktijd (minuten) | |---|---| | Bladgroenten (spinazie, snijbiet) | 1–2 | | Broccoli, bloemkool (roosjes) | 2–3 | | Wortelen (in stukken) | 3–4 | | Aardappelen (in stukken) | 6–8 | | Aardappelen (heel, middelgroot) | 10–12 | | Bieten (heel) | 15–20 |
Hardere groenten zoals aardappelen en bieten hebben duidelijk meer tijd nodig dan bladgroenten. Gebruik voor groenten bij voorkeur een stoommandje in de pan: zo blijven ze steviger van structuur en zijn ze eenvoudiger uit de pan te halen dan wanneer ze los in het kookvocht liggen.
| Vleessoort | Kooktijd per 500 gram (minuten) | |---|---| | Kipfilet | 8–10 | | Hele kip (klein formaat) | 20–25 | | Rundergehakt | 15–20 | | Sudderlapjes, runderstoof | 25–35 | | Varkensschouder (in stukken) | 30–40 |
Voor mager vlees zoals kipfilet volstaat een kortere tijd; taaiere stukken met veel bindweefsel, zoals sudderlapjes, hebben juist baat bij een langere kooktijd om echt mals te worden.
| Vis/zeevrucht | Kooktijd (minuten) | |---|---| | Filet witvis (kabeljauw, koolvis) | 2–3 | | Zalmfilet | 3–4 | | Mosselen (vers, in de schaal) | 2–3 | | Garnalen (diepvries, ongepeld) | 1–2 |
Vis en zeevruchten garen zo snel dat ze weinig extra tijd verdragen voordat ze taai of droog worden. Laat de druk bij deze categorie altijd snel afnemen in plaats van de pan op natuurlijke afname te laten afkoelen, want in de resterende hitte gaart de vis anders gewoon door. Een stoommandje boven een klein laagje water houdt de structuur beter intact dan de vis direct in het kookvocht leggen.
| Gaarheid | Kooktijd (minuten) | Na het openen | |---|---|---| | Zacht, lopende dooier | 3 | direct koud afschrikken | | Medium, romige dooier | 4 | direct koud afschrikken | | Hard gekookt | 5–6 | direct koud afschrikken |
De eieren gaan op een stoomrekje boven circa 150 milliliter water, ongeacht of u twee of acht eieren tegelijk kookt: het aantal eieren verandert de kooktijd niet, alleen het volume aan water kan bij veel eieren iets hoger moeten. Schrik de eieren na afloop direct af onder koud water, dat stopt het gaarproces meteen en voorkomt de grijsgroene rand rond de dooier die ontstaat bij te lang doorgaren.
| Peulvrucht (gedroogd, geweekt) | Kooktijd (minuten) | |---|---| | Kikkererwten | 12–15 | | Bruine bonen | 10–12 | | Linzen (rood, ongeweekt) | 5–7 | | Kidneybonen | 12–15 | | Witte bonen | 10–12 |
Week gedroogde bonen en kikkererwten bij voorkeur 8 tot 12 uur voor gebruik: dat verkort de kooktijd fors en zorgt voor een gelijkmatiger resultaat. Rode linzen hebben geen weektijd nodig en zijn ook ongeweekt snel gaar.
| Graan/rijst | Kooktijd (minuten) | Verhouding vocht | |---|---|---| | Witte rijst | 3–4 | 1 deel rijst op 1 deel vocht | | Zilvervliesrijst | 18–22 | 1 deel rijst op 1,25 deel vocht | | Quinoa | 1–2 | 1 deel quinoa op 1 deel vocht | | Parelgort | 15–20 | 1 deel gort op 2 delen vocht |
Bij granen en rijst is minder vocht nodig dan bij koken in een open pan, omdat er in de snelkookpan nauwelijks vocht verdampt. Gebruik te veel vocht en het resultaat wordt al snel papperig in plaats van luchtig.
Soep en bouillon trekken in vijftien tot twintig minuten vol van smaak, ruim sneller dan de een tot twee uur die dat op het fornuis kost. Pasta ligt lastiger: droge pasta geeft in de snelkookpan veel zetmeel af, waardoor het kookvocht plakkerig wordt en de pasta aan elkaar kan kleven zodra de druk eraf is. Kook pasta daarom op ruim de helft van de tijd die op de verpakking staat en laat de druk snel afnemen, of voeg de pasta pas toe nadat de rest van het gerecht al onder druk heeft gegaard en laat de pan daarna kort, drukloos, verder sudderen.
De tijden in de tabellen hierboven gaan uit van standaard gebruik op zeeniveau met een gemiddelde snelkookpan. Woont u op aanzienlijke hoogte, dan kookt water bij een lagere temperatuur en kan een langere kooktijd nodig zijn om hetzelfde resultaat te bereiken. Ook het type snelkookpan speelt mee: een klassieke pan op het fornuis bereikt vaak een fractie meer druk dan een elektrische variant, wat in de praktijk kan schelen in de kortste kant van de aangegeven tijdrange. Bij twijfel begint u met de kortste tijd uit de tabel en verlengt u een volgende keer indien nodig, in plaats van meteen de langste tijd te nemen.
Reken op ongeveer 300 milliliter vocht voor de eerste 15 minuten kooktijd, en voeg voor elke 5 minuten extra kooktijd ongeveer 100 milliliter vocht toe. Dit voorkomt dat de pan droogkookt voordat de kooktijd is verstreken. Hoe u de pan daarnaast correct vult en sluit, leest u bij snelkookpan gebruiken: uitleg voor beginners.
Deze tabellen dekken de meest gebruikte ingrediënten, maar niet elk gerecht is een enkel ingrediënt: bij een combinatie van bijvoorbeeld kip en aardappelen telt u de langste van de twee tijden, of snijdt u de aardappelen kleiner zodat beide ingrediënten gelijk gaar zijn. Wilt u niet telkens tussen categorieën heen en weer zoeken, gebruik dan de doorzoekbare kooktijden-tool: daar vindt u per gerecht direct de tijd en de bijbehorende hoeveelheid vocht.